Wijs de belastingplichtige op de gevolgen van het niet doen van de vereiste aangifte

    Recent heeft de staatssecretaris bekend gemaakt dat er onderzoek zal worden gedaan naar de praktische rechtsbescherming van burgers en kleine ondernemers in belastingzaken. In het onderzoek zal worden gekeken naar het functioneren van de bestaande rechtsbescherming en knelpunten waar burgers en kleine ondernemers in de praktijk tegenaan lopen. Tevens zal er onderzoek worden gedaan naar verbetermogelijkheden bij de invulling van de rechtsbescherming in de (werk)-processen van de Belastingdienst en naar de communicatie tussen de belastingdienst en de burger of kleine ondernemer. Met name op de laatste punt kan er ons inziens een verbeterslag worden gemaakt. 

    Wij bemerken dat belastingplichtigen soms (onnodig) geconfronteerd worden met de omkering en verzwaring van de bewijslast wegens het niet doen van de vereiste aangifte. 

    Als een belastingplichtige een uitnodiging ontvangt voor het doen van aangifte en niet binnen de gestelde termijn de aangifte indient en geen uitstel heeft gevraagd, ontvangt de belastingplichtige in beginsel een herinnering tot het doen van aangifte. Doet de belastingplichtige binnen de gestelde termijn van de herinnering geen aangifte, dan ontvangt hij een aanmaning. In de aanmaning wordt de belastingplichtige gewezen op het mogelijk riskeren van een boete als de aangifte niet tijdig wordt gedaan. 

    Een ander belangrijk gevolg wordt echter niet benoemd in de aanmaning. Als de belastingplichtige niet binnen de gestelde termijn van de aanmaning de aangifte indient of niet in een zodanig stadium dat er bij de aanslagregeling rekening mee had kunnen worden gehouden, dan is in beginsel daarmee de vereiste aangifte niet gedaan. Het niet doen van de vereiste aangifte heeft tot gevolg dat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard op grond van art. 25, lid 3, AWR (zie ook art. 27, lid 1, AWR). De belastingplichtige dient dan aan te tonen of en in hoeverre de aanslag onjuist. Er wordt zelden voldaan aan een dergelijke zware bewijslast. 

    De omkering en verzwaring van de bewijslast kan verder intreden als er sprake is van een onherroepelijke informatiebeschikking. In de informatiebeschikking dient te worden gewezen op de gevolgen voor de bewijslastverdeling door de inspecteur. Op grond van de laatste volzin van art. 52a, lid 1, AWR is de inspecteur daartoe verplicht. 

    Een vraag die dan opkomt is, waarom wordt er in de aanmaning niet gewezen op de omkering en verzwaring van de bewijslast, waar dat in de informatiebeschikking wel het geval is? 

    Het lijkt ons een gewezen taak om in de herinnering maar in ieder geval in de aanmaning voor het doen van aangifte een passage op te nemen en daarbij te wijzen op de mogelijke gevolgen van de omkering en verzwaring van de bewijslast. Dat alles geldt ook of misschien zelfs des te meer indien er ten tijde dat aangifte moet worden gedaan er een controleonderzoek voor dat belastingmiddel (al is dat voor een eerder jaar) plaatsvindt. We vernemen nu vaak dat juist wordt aangeraden te wachten met het doen van aangifte zonder dat wordt meegegeven dat dan om uitstel voor het doen van aangifte moet worden gevraagd of dat op een aanmaning wel moet worden geacteerd. Dat komt de rechtsbescherming van de belastingplichtige ten goede. Voorkomen moet worden dat goedbedoelde adviezen slecht uitpakken.  De kleine onderneming of burger is dan kind van de rekening.

    Auteur: Touria Khidous