Bezint eer je antwoordt

    De Belastingdienst verricht diverse onderzoeken naar internationale structuren waarbij mogelijk vermogen in het buitenland is ondergebracht. Recent verscheen op de site van de FIOD dat een doorzoeking plaatsvond bij een vennootschap en de directeur. Zij worden ervan verdacht niet voldoende gegevens en inlichtingen te hebben verstrekt nadat de Belastingdienst daar om vroeg. Ook bestaat het vermoeden dat onjuiste inlichtingen verstrekt zijn. Op 3 april 2018 verscheen ook een bericht over een accountants- en adviesorganisatie waar eenzelfde verwijt wordt gemaakt. De Belastingdienst mag aan ieder vragen stellen op het moment dat het om de eigen belastingheffing gaat. Bij administratieplichtigen kan de fiscus dat doen voor derden. Indien discussie bestaat of een (rechts)persoon wel belastingplichtig is in Nederland, mogen ook vragen worden gesteld om vast te kunnen stellen of er belastingplicht is in Nederland. Deze vragen dienen voor heffingsdoeleinden te worden beantwoord. Betekent dat dat alle vragen die worden gesteld moeten worden beantwoord? Nee, vragen moeten wel betrekking hebben op feiten en omstandigheden. Vragen mogen niet zien op (wettelijke) kwalificaties of de verwijtbaarheid. Vragen als in het hiervoor beschreven geval komen vaak niet uit de lucht vallen, zeker niet indien in aanmerking wordt genomen dat de laatste tijd veel spontane informatie uit het buitenland is verkregen. Wees daarvan bewust en kies uw woorden wijs. Dat kan strafrechtelijke vervolging voorkomen of het opleggen van een informatiebeschikking met de omkering en verzwaring van de bewijslast als gevolg. Herstel is lastig als al eerder (andere) antwoorden gegeven zijn en de wijziging niet direct verklaarbaar is.

     

    Priscilla de Haas